Mijn geschiedenis

Vera Spiero, geboren op zondag 30 juni 1985, een zondagkindje, al is dat lang niet altijd zo geweest. Ik werd geboren als ‘oudste’ dochter, al ben ik de 4e in de rij. Voor mij kwam mijn broer Martin die 9 maanden op de aarde verbleef, was er een miskraam en is bij mijn zus Aafke de zwangerschap uiteindelijk beëindigd omdat ze zwaar gehandicapt was, open ruggetje. Ik kwam zelf een paar dagen na de uitgerekende datum. Maar toen ik eenmaal kwam, kwam ik snel. Ze hebben me tegengehouden omdat de vliezen nog eerst gebroken moesten worden. Deze manier ken ik nog altijd in mijn dagelijkse leven. Ik kan heel lang op iets borrelen, maar als het dan de wereld in ‘moet’ dan ben ik eigenlijk niet meer tegen te houden. En vind ik het zeer frustrerend als mensen dat wel proberen. Toen ik twee was kreeg ik nog een zusje, Yvonne. Ik groeide op in een liefdevol en warm nest. Wel een gezin van de praktische aanpak en weinig praten over gevoel. Ik kan me niet anders herinneren dan er altijd een fascinatie was voor, wat ik later begreep, het spirituele werd genoemd. Als ik daar volwassen mensen over hoorde praten, hing ik stilletjes aan hun lippen. Onzichtbaar luisteren, het niet laten merken, maar ondertussen alles in je opnemen. 

Zeker op jonge leeft waren met name mijn broer, maar soms ook mijn zus waren voor mij erg aanwezig. Ik begreep niet zo goed dat mensen onderscheid maakte tussen leven en dood. Of ze nu wel of niet fysiek aanwezig waren deed er in zekere zin niet zo toe. Ze waren simpelweg m’n broer en zus. Al wist ik ook al vrij snel dat dat dingen waren waar je beter niet over sprak.

Ik was een enorm knuffel kind, kroop graag bij mensen op schoot. Verder was ik altijd creatief bezig, en dan vooral experimenteel. Ik kon uren heksenbrouwsels maken, of als uitvinder de nieuwste dingen bedenken. Als mijn vader weer eens een apparaat had opengeschroefd om te repareren zat ik er met mijn neus bovenop. Verder waren spelletjes met tactiek en denken favoriet bij ons in het gezin. De zondagmiddagen met een bakje chips, soms de ‘ouderwetse’ platenspeler die aan stond, dan mocht je niet springen, en het spelen van spelletjes staan me als warme herinneringen bij. 

Toen ik 10 was werd mijn vader ziek, ernstig ziek, longkanker. Een half jaar later (wat voor mij al heeeeel lang voelde, en waarvan ik niet goed begreep dat andere mensen zeiden dat het zo snel was gegaan) overleed hij. Zijn ziekteproces heb ik van dichtbij meegemaakt. Ik stelde me op als ‘de oudste’ dochter. Vond het eigenlijk voor iedereen erger als voor mezelf. De korte wandelingen die hij s avonds in die tijd nog wel eens maakte en waar ik af en toe mee mocht staan me als heel dierbaar bij. Ik weet niet meer waar we over spraken. Ik weet wel dat ik me dan groot en wijs voelde. Enkele weken voor zijn sterven kregen mijn zusje en ik een sieraad van hem, het was een moment van afscheid, en een bijzondere energetische en spirituele ervaring was er toen ik op zijn bed zijn hand vasthield. Dat delen deed ik overigens niet. Wie zou mij geloven, en daar was het veel te kostbaar voor. 

Het leven ging verder. Waar papa 11 jaar voor mij en 9 jaar voor mijn zusje had gezorgd waren wij nu groot genoeg om het alleen met Mama te kunnen. Mijn papa kon nu voor mijn broer en zus aan de andere kant zorgen, dan was het eerlijk verdeeld, had ik zo bedacht. 

Ik ging naar de middelbare school en stortte me vooral op leren en op sporten. Waar ik altijd dacht niet zo slim te zijn, aangezien ik veel moeite had met lezen, was ik een echt beta meisje en met flink blokken kwam ik op het atheneum. Als een soort eerbetoon wilde ik mijn vader achterna. Iets technisch in ieder geval. Mijn leven bestond voornamelijk uit door de weeks school en leren, en in het weekend dansen en synchroonzwemmen. De ideale basis om verder niet teveel te hoeven voelen. 

Een korset voor mijn rug (flinke scoliose) gooide roet in het eten van mijn toch wel stille wens ‘dansjuf’ te worden. Maar ach, ik moest blij zijn dat ze niet gingen opereren, en zocht vooral de uitdaging om alles te kunnen met mijn korset, ook al werd gezegd dat het wel mocht maar eigenlijk niet kon. We waren al gauw goede vriendjes. Ergens was het ook best een fijne beschermlaag. Ik was in die tijd de positiviteit zelfde. Werkelijk alles wist ik positief te zien, ook het overlijden van mijn vader. Achteraf gezien was mijn extreme positiviteit ook best een goede overlevingsmethode. 

In de vierde klas middelbare school werd het een stuk pittiger, ik had een zwaar vakkenpakket, met veel bèta vakken en tekenen en kunstgeschiedenis (want tja dat vond ik nu eenmaal heel leuk). En met alleen maar leren lukte het niet meer om hoge cijfers te halen. Het internet kwam in de wereld, en van toch wel een klein beschermd wereldje, werd mijn wereld ineens enorm groot. Ik begon te lezen over spiritualiteit, en ik begon verhalen te lezen van andere kinderen die een ouder hadden verloren. Ik donderde mijn eigen rouwproces in. Ik begreep er alleen weinig van; het was toch al vijf jaar geleden. Ik wist me niet goed te uiten, raakte thuis verstrikt tussen loyaliteit en mezelf losmaken. In m’n spirituele kijk vond ik enerzijds online heel veel herkenning, tegelijkertijd gaf dat ook enorm veel verwarring. De splitsing tussen mij en mijn directe buitenwereld leek groter en groter te worden. Op mij 16e tijdens een vakantie met school naar Turkije werd ik ziek, en vervolgens blokkeerde mijn ogen. Een periode, van psychologen, psychiaters en andere hulpverleners brak aan. Ik heb bijna een jaar amper iets gezien. Ik was behoorlijk depressief, maar de buitenwereld had tot dan toe vooral nog de altijd positieve Vera gezien. Ergens vond ik de blokkade op mijn ogen wel prima, misschien ook wel omdat daarmee het masker van positiviteit weg viel, al probeerde ik nog steeds. De kloof tussen mijn binnenwereld en de buitenwereld werd steeds groter, mijn gevoeligheid steeds intenser, en ik wist me niet te uiten waardoor alles naar binnen sloeg. Bij de psycholoog sprak ik nauwelijks omdat ik het niet wist, de haptonome wist me met aanraking en nabijheid wel te bereiken, maar dat gaf tegelijkertijd ook verwarring omdat de wereld buiten zo anders was. Ik wist me steeds minder goed staande te houden en werd uiteindelijk op mijn 18e opgenomen. 

Nog altijd een vreemde combinatie in mij van enerzijds een enorme doodswens en tegelijkertijd mijn studieboeken meenemen naar de paaz omdat ik dacht na 6 weken opname beter te zijn en mijn atheneum te kunnen afronden. 

Uiteindelijk werd de opname 9 maanden waarvan het grootste deel in een jongerenkliniek. Een plek waar ik enorm moest wennen met andere leeftijdsgenoten om mij heen, maar waar ik het vervolgens wel ook heel goed heb gehad, en heel veel heb geleerd. De paniek een stuk minder werd, en ik leerde praten. 

Vervolgens op begeleid wonen en m’n havo diploma gehaald. Ik probeerde vooral weer het gewone leven op te pakken. Te doen zoals het hoort. Al paste ik niet echt in ‘hoe het hoort’. Het was regelmatig op het randje, en er was elke keer weer een puntje licht dat me erdoorheen trok. Waar mijn leven stabieler werd, ging dat van mijn zusje onderuit en belandde zij met een eetstoornis in een kliniek. Dit zorgde er wel voor dat we elkaar vonden, waar we nooit ruzie hadden, en ik altijd veel van mijn zusje hield, konden we elkaar ook nooit zo vinden. In die tijd begon ik te zien hoe wij vaak de verschillende kanten van dezelfde medaille leven. Het bracht ons wel een stuk dichter bij elkaar.

Met studies had ik het lastig, ik kreeg het niet goed gecombineerd met de psychische zorg die ik nog had, en met mijn tijden waarin het heel goed ging, en periodes waarin het toch weer heel donker werd. Uiteindelijk met 25 jaar, was het op, een 2e veel te makkelijke studie activiteitenbegeleiding staakte in het laatste jaar, het lukte me niet meer. Ik had ook nog niet de capaciteiten om er voor mezelf in te gaan staan en uit te spreken wat ik nodig had en een nieuwe laag rouw kwam weer zo mijn leven ingedonderd. 

Ik kwam in een uitkering, geen werk meer, geen studie afgerond en begon mijn eigen zoektocht. Ik kwam bij lichaamswerk en begon te beseffen hoe ik wel had leren praten, maar voelen toch wel echt een heel ander verhaal was. Ik volg diverse trainingen op Kasteel de Schans. En later ga ik daar ook assisteren.

Ik maak kennis met de zweethutten waar mijn liefde door de jaren heen enorm voor groeit. 
Ik kom vooral steeds meer gelijkgestemden tegen. Ik leer in m’n intense voelen, ik leer vertrouwen in mijn donker, en leer steeds meer over mijn licht. Ik leer ‘anders’ mogen zijn. Ik hoef steeds minder in gevecht met m’n authenticiteit. Waar ik mijn eigen ‘zijn’ nooit hebt verloochend komt er nu ruimte om m zichtbaar te maken. Met ups en downs begin ik het leven hier op aarde aan te nemen. Ik leer over verlangens, het hebben van verlangens, en het volgen van je verlangens.

Ik volg een opleiding Kunstzinnig Dynamisch Coachen aan de Kleine Tiki, en zo waar lukt het me gewoon om een opleiding ‘af te ronden’. Of misschien juist wel dat je steeds weer kiest voor 1 jaar maakt het een stuk overzichtelijker voor mij. De creativiteit die altijd wel door alles heen gesluimerd was, m’n houvast was tijdens m’n opname, en ook in de jaren daarna, krijgt steeds meer concrete vorm. Ik ga Miriam Zwaga assisteren bij haar kunstzinnige trainingen in De Verbindende Factor. Haar jarenlange kennis en vakmanschap geven mij bodem in m’n verlangen ook workshops en trainingen te geven. Ik volg diverse workshops en trainingen in het vrouwenwerk, sjamanisme, opstellingenwerk etc. En ben iedere keer weer verbaasd hoeveel er met toch alleen een bijstandsuitkering aan financiële middelen mogelijk is. 

Het is inmiddels 2019, ik ben 33 jaar, ontvang nog altijd een uitkering maar ik ben daar zo klaar mee. Maar wat dan wel? Het verlangen om voor mezelf te beginnen is groot. Maar ik heb geen idee of het haalbaar is. Ik ken nog altijd tijden waarin het heel goed gaat, en tijden waarin ik onderuitga. Zou ik hier toe in staat zijn? Zou mijn energie weer voldoende op pijl zijn? Maar ideeën van voor een baas gaan werken geven me vooral benauwdheid. Maar het hele traject van BBZ aanvragen, alle eisen regels nog steeds niet vrij kunnen ondernemen bezorgt me evenmin een benauwend gevoel. Ik wil los van het systeem. Wil op mijn eigenwijze manier opzetten. Mezelf compleet vast voelen zitten tussen de systemen ,schrijf ik uiteindelijk een brief met m’n hartsverlangen en de vraag of er 100 mensen zouden zijn die me een jaar lang willen steunen met 10 euro per maand zodat ik kan ontdekken of het ondernemerschap iets voor mij is, en ik ruimte heb om mijn bedrijf op te zetten. 85 mensen zeggen ja. Een web van 85 financieel steuners staan om me heen. Maar het is zoveel meer geweest. Het heeft me een enorme boost gegeven. Daar waar ik het even niet wist liet het me opkrabbelen doorgaan. En nu heb ik mijn eigen bedrijf staan. Waar ik workshops geef. Sieraden maak. Andere creatieve vormen die op mijn pad komen. Soms een website bouw. Waarin ik vooral aan pak waarvan ik de innerlijke JA voel. En ik heel gelukkig ben. En ik steeds meer dankbaarheid voel voor de weg die ik heb bewandeld. Omdat iedere stap weer nieuwe tools geeft. Mijn rugzak van ballast zich heeft omgevormd naar nuttig gereedschap.